Wetgeving

In de hopteelt hebben we te maken met een breed scala aan Nederlandse en Europese wet- en regelgeving. Onderstaand overzicht met uitleg helpt zowel teler als bierbrouwer op weg.

Fytosanitaire wetgeving (EU)
Aangekocht plantmateriaal moet voorzien zijn van een plantenpaspoort, een “Officiële verklaring dat sedert het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus op hopplanten op de plaats van productie geen symptomen van Verticillium albo-atrum Reinke en Berthold en Verticillum dahliae Klebahn zijn waargenomen.”. Onder telers wordt dit ‘virusvrij’ genoemd, hoewel het feitelijk om schimmels gaat die verwelkingsziekte veroorzaken. Het plantenpaspoort is bedoeld voor alle planten die door commerciële hoptelers zullen worden gebruikt als uitgangsmateriaal.
Indien je als teler plantmateriaal vermeerderd voor eigen gebruik, hoeft dit niet te worden gekeurd.

SKAL certificering
Er is bij brouwerijen in Nederland vraag naar biologisch geteelde hop. Voor biologische hop dient de hopteler gecertificeerd te zijn door SKAL. De certificering kost al snel enkele honderden euro’s per jaar.
Voor de certificering gelden een aantal uitgangspunten:
– er wordt al minimaal 5 jaar op het perceel biologisch gewerkt;
– er worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt (met uitzondering van o.a. kopersulfaat);
– er wordt mest van biologisch gecertificeerde dieren gebruikt;
– aangekocht plantmateriaal van niet-biologische oorsprong dient enkele groeiseizoenen aanwezig te zijn geweest op het betreffende perceel voordat het gecertificeerd mag worden.

Uitvoeringsbepaling verplichte certificering hop en hopproducten (EU)
Alle hop die in de handel wordt gebracht, dient gecertificeerd te worden. Hiervoor moet de hop aan een aantal eisen voldoen (drooggewicht, gehalte zaden, en gehalte aan hopafval) , die terug te lezen zijn in bijlage 1 van de regeling. Indien de hop voldoet, kan deze worden gekeurd door de aangewezen keuringsinstantie.
Er bestaan een paar uitzonderingen voor de certificering, waaronder:
– het hopveld is eigendom van de brouwerij;
– verkoop aan particulieren in kleine verpakkingen.
Let op: in Nederland is er geen keuringsinstantie aangewezen.

Kadercode Mouterijen en Brouwerijen
In de kadercode wordt verwezen naar een maximaal gehalte (residuen) van bestrijdingsmiddelen van 0,05-50 mg/kg (drooggewicht). Hieruit kan worden afgeleid dat voor alle niet-SKAL gecertificeerde hop een bestrijdingsmiddelentest noodzakelijk is. Echter wordt in de kadercode ook het volgende vermeldt: “Tevens is de verdunningsfactor voor vele van deze producten dermate groot (> 10.000) dat de voedselveiligheid voldoende wordt beheerst via de ABM Inkoopplan. Een sporadische laboratoriumtest (bijv. eens in de 5 jaar) zou dus in de praktijk voldoende kunnen zijn indien er geen afwijkingen zijn in het beheer.

Alphazuur, betazuur en hop storage index
Er bestaat voor zover bekend geen verplichting om alphazuur, betazuur en hop storage index te bepalen middels een laboratoriumtest. Voor (inter)nationale handel is dit vanzelfsprekend wel gewenst door brouwerijen.